Westerse filosofie in de MiddeleeuwenFilosoferen en musiceren in de middeleeuwen
Ilse Bulhof en Etty Mulder Gedurende vele eeuwen - tot het einde van de 13e eeuw - vormden ervaren en denken, geloof en rede, theologie en filosofie, het sacrale en het profane, een harmonieuze kosmische eenheid. Het aardse weerspiegelde (naar de mate van het mogelijke) de " gedachten Gods" (de christelijke vorm van de platoonse ideeën), het goddelijke gaf zich dank zij die spiegeling te kennen in het aardse. Het theoretische (theologisch/filosofische) vertoog over Waarheid (God) werd in de kloosters ondersteund door concrete geestelijke oefeningen. De oefeningen beoogden een geleidelijke transformatie van de ziel - culminerend in vereniging met wat ervarend gekend werd (unio mystica). Deze vroegmiddeleeuwse wereldervaring kreeg gestalte in een christelijke vorm van platonisme. Hildegard van Bingen is daarvan een prachtig voorbeeld. Rond 1300 begon het aardse zich te verzelfstandigen. Theoretisch kennen van Waarheid kreeg de vorm van rationeel verwoorde theologie en filosofie. Het ervaren van Waarheid raakte in de marge als "mystiek". in de filosofie verschoof de aandacht: van Plato naar Aristoteles, dan naar een heel nieuwe richting, het nominalisme van Willem van Ockham. Het nominalisme was de voedingsbodem voor de geleidelijke emancipatie van het menselijk denken en handelen van het sacrale. Als gevolg van de huidige ecologische problematiek herleeft thans het besef van de samenhang van mens en cosmos. In de middeleeuwse muziek staat het begrip harmonia centraal: het principe der synthese waarbinnen eenheid en veelheid, begrensdheid en onbegrensdheid zijn samengevat in het beginsel van musicale proporties. Samenklank, tegelijk evenwicht, was grondwet van de cosmos, en tevens van het lichaam: cosmos en lichaam “klinken” - maar zo volmaakt dat het voor mensenoren onhoorbaar is. De mens is in deze klinkende harmonie opgenomen en verhoudt zich daartoe in een situatie van theoretisch en lijfelijk sym-pathiseren/mee-leven. In de late middeleeuwen en daarna zal krijgt de muziek naast haar oorspronkelijk sacrale liturgische functie ook een wereldlijk karakter. Zij komt ‘op het podium’. De aandacht verschuift van het abstracte beginsel van de harmonie der sferen naar vocale en instrumentale muziek die mensen maken. In onze eigen tijd zijn de oude middeleeuwse beginselen gerevitaliseerd. De Russische componiste Gubaidulina herneemt muziek van Hildegard van Bingen in haar composities.
|