|
|
|
Brugfiguren tussen Oost en West De joodse denker Martin Buber en de daoïst Zhuangzidr. Marcel Poorthuis en dr. René Ransdorp Zoals een brug doorgaans van twee zijden te betreden is en leidt van het vertrouwde naar het vreemde en vice-versa, zo kent zowel het Oosten als het Westen bruggenbouwers. De ware bruggenbouwers zoeken de oevers ‘die elkander vroeger schenen te vermijden, maar die weer buren zijn geworden’, om met een woord van de dichter Nijhoff te spreken.Een bijzondere gestalte is de joodse denker Martin Buber, die blijkens zijn Reden und Gleichnisse des Tschuang-tse en zijn nawoord daarop met de titel Die Lehre vom Tao een dialoog is aangegaan met de daoïstische filosofie. Een dialoog, waarvan Buber zegt dat deze bepalend is geweest voor zijn eigen denkweg. De doorwerking van zijn gesprek met Zhuang Zi is duidelijk te traceren in zijn verhandeling Ich und Du. Volgens de Leer van Dao valt waarheid niet samen met objectieve feitelijkheid, noch met wat moet, maar staat zij in permanente verbinding met een levensweg. Waarheid wordt concreet in en door het afleggen van die weg. Op dit punt ziet Buber een essentieel verschil met de nadruk die in het Westen wordt gelegd op Wetenschap en Wet. Bubers dialoog met de daoïstische filosofie kan ons een aanzet geven tot herbezinning op de wegen die filosofie en religie in het Westen zijn gegaan, waarin de drieslag van de Leer als weg, waarheid en leven toch ook niet onbekend is. |




Zoals een brug doorgaans van twee zijden te betreden is en leidt van het vertrouwde naar het vreemde en vice-versa, zo kent zowel het Oosten als het Westen bruggenbouwers. De ware bruggenbouwers zoeken de oevers ‘die elkander vroeger schenen te vermijden, maar die weer buren zijn geworden’, om met een woord van de dichter Nijhoff te spreken.